Een deeltjesmeting maakt van “het oogt schoon” een cijfer: de ISO-klasse die een ruimte haalt. Dit is hoe zo’n meting verloopt en hoe u de uitslag leest.

Meetpunten bepalen

ISO 14644-1 schrijft voor hoeveel meetpunten nodig zijn op basis van de oppervlakte van de ruimte. De punten worden representatief over de zaal verdeeld, zodat één schone of vuile plek het resultaat niet vertekent.

Meten met een teller

Een gekalibreerde deeltjesteller zuigt op elk punt een bekend luchtvolume aan en telt de deeltjes per grootteklasse, doorgaans vanaf 0,5 µm. De teller moet gekalibreerd zijn om betrouwbaar te classificeren.

Vergelijken met de klassegrenzen

De gemeten concentraties worden vergeleken met de grenzen van ISO 14644-1. Blijft de ruimte onder de grens voor Klasse 8, dan voldoet ze aan die klasse. Zo niet, dan wijst het patroon aan waar de belasting oploopt.

Wat het niet is

Een momentopname zegt iets over de toestand op dat moment; continue bewaking is iets anders. Een meting is het meest waardevol op logische momenten: bij oplevering, na een dieptereiniging, of om een norm aan te tonen.

Belangrijkste punten

  • Meetpunten schalen met de oppervlakte.
  • Een gekalibreerde teller telt per grootteklasse.
  • Concentraties worden vergeleken met ISO-grenzen.
  • Het is een momentopname, geen bewaking.